Bibliotheek

Zoeken in CatalogusPlus

‘Ons RDM-beleid focust op het waarborgen van integriteit en validiteit van onderzoek’

21 september 2016

Brian Burgoon is hoogleraar Internationale en vergelijkende politieke economie aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen en directeur van het Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR).

‘Bij mijn aantreden als directeur in 2014 ben ik direct begonnen de discussie over Research Data Management (RDM) te voeren. Voor ons integriteitsbeleid is RDM erg belangrijk. De standaarden en ideeën over RDM lopen zeer uiteen binnen ons onderzoeksinstituut. Dat komt doordat we een enorme diversiteit aan onderzoekslijnen hebben. AISSR telt vier afdelingen: Antropologie; Politicologie; Sociologie; en Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies .Je ziet hier de hele bandbreedte van methodologieën en epistemologieën. Dit maakt het lastig één RDM-beleid te maken.’

Waarborgen van integriteit en validiteit

‘Voor ons RDM-beleid richt ik me op het waarborgen van de integriteit en validiteit van onderzoek. Wat is daarvoor nodig? We hebben het AISSR -dataprotocol bijna rond. Het moet nog enigszins aangepast worden en nog goedgekeurd door de AISSR-programmaraad. Het heeft nu een voorlopige status.’

Onderzoekdata beschikbaar stellen voor replicatie

‘Uit de RDM-discussies zijn een aantal standaarden gekomen. De belangrijkste is dat onze onderzoekers zo veel mogelijk hun onderzoekdata, alsook de codes voor bewerking en de analytische methode, beschikbaar moeten stellen voor replicatie. Ze moeten expliciet maken welke data zij kunnen en willen laten zien aan collegaonderzoekers en het publiek na publicatie van hun onderzoek. Bij het registreren van gepubliceerd onderzoek moeten ze een simpel formulier invullen waarin hun beslissingen en redeneringen over replicatie zijn samengevat. Voor de jaargesprekken gaan we steekproefsgewijs controleren of dit is nageleefd.´

Kwalitatieve onderzoekers sceptisch over replicatie

´Voor onze kwantitatieve onderzoekers die bijvoorbeeld experimenteel laboratoriumonderzoek doen  of observationeel kwantitatief werk met grote bestaande datasets, is replicatie - meestal - geen probleem. Zij kunnen hun data, waar nodig geanonimiseerd, beschikbaar stellen voor replicatie. Bijvoorbeeld via hun website of die van een tijdschrift.

Maar wij hebben ook kwalitatieve onderzoekers die empirische data verzamelen die moeilijk zijn op te slaan en/of volledig theoretisch of hypothetisch werken. Denk aan antropologen die onderzoek doen door participant observation en hun ervaringen noteren in een dagboek. Zij zijn begrijpelijkerwijs vaak sceptisch over replicatie. Zij kunnen zich er uit ethisch oogpunt niet goed in vinden. Want hoe kun je dan als onderzoeker je respondent nog vertrouwelijkheid garanderen? Ze vinden dat de eis van het beschikbaar stellen van data voor replicatie hun soort onderzoek en interpretaties niet respecteert. Ik moedig hen aan dat wat op papier staat beschikbaar te stellen en als openbaarheid niet kan, toe te lichten waarom niet.’

Stem van de werkvloer

'De meeste sociale wetenschappers omarmen replicatie. Zij onderschrijven het RDM-beleid, maar helaas wordt het nog maar door een minderheid nageleefd. Daar ligt dus nog een klus. Straks moet echt bij elk gepubliceerd artikel staan waar de data vindbaar zijn, liefst via een persistent identifier. Er is nog een cultuuromslag nodig zowel bij kwantitatieve als bij kwalitatieve onderzoekers. Om iedereen mee te krijgen moeten we RDM vooral makkelijk en goedkoop maken.

Als lid van de stuurgroep voor de ontwikkeling van het centrale RDM-systeem ben ik de stem van de werkvloer en hamer ik op: zo veilig, zo makkelijk en goedkoop mogelijk. Eén van mijn stokpaardjes is dat er een goede koppeling moet komen tussen het CRIS (Pure) en het centrale RDM-systeem. Bij het uitvoeren van de RDM-missie zie ik dat het lastig is om een RDM-systeem te ontwikkelen dat veilig en betaalbaar is. Daarom denk ik dat we pluriform databeleid nodig hebben.’

Onderzoekers kiezen zelf

'Onze onderzoekers kunnen nu en ook straks – als het centrale RDM-systeem er is - zelf kiezen waar ze hun data opslaan: bij Amazon, DANS, op de FMG- server, in het centrale RDM-systeem of waar dan ook. Bij persoonsgebonden data zijn er uiteraard wel strikte voorwaarden. Het centrale RDM-systeem is interessant voor ons voor opslag van privacygevoelige data. Maar het is niet verplicht. Onderzoekers mogen een eigen keuze maken als het maar veilig is en ze hun keuze goed onderbouwen. En ook als het protocol straks rond is, blijven we discussiëren over RDM. We gaan best en worst practices delen. Er zullen in de praktijk ook nog veel vragen opkomen, verwacht ik.’

Interview: Anneke de Maat

Gepubliceerd door  RDM support