Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN uva.nl

De Faculteit Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (FNWI) heeft een facultair dataprotocol en bij elk wetenschappelijk instituut is een RDM-kwartiermaker actief, vertelt Boy Menist, hoofd ICT.

Menist coördineert het RDM-proof maken van de faculteit en is ook Centraal Informatie Manager voor het thema Onderzoek. ‘We zijn bij FNWI anderhalf jaar geleden begonnen  te inventariseren welke eisen en wensen er waren voor Research Data Management (RDM). Aanleiding waren de toenemende eisen die aan het beheer van onderzoekdata gesteld worden door de overheid, NWO, tijdschriften als Science en Nature, en vanuit de centrale richtlijnen van UvA/HvA.’

Enorme datavolumes

‘Iedereen binnen de faculteit is doordrongen van het belang van zorgvuldige dataopslag en repliceerbaarheid. Ook willen we data graag delen en publiceren – op een goed gekozen moment. Maar er zijn wel eisen waaraan bètaonderzoekers moeilijk kunnen voldoen, zoals de eis dat onderzoeksdata tien jaar bewaard moeten worden. De volumes van onderzoeksdata zijn, bijvoorbeeld bij sterrenkunde en moleculaire scheikunde, enorm groot; vele terabytes per dag. Om dat tien jaar op te slaan zou je een extra gebouw en krachtcentrale nodig hebben.’

Meetapparatuur bewaren

‘Bovendien is de vorm van bètadata heel divers. Om het onderzoek echt te kunnen repliceren moet je ook de meetapparatuur bewaren. Het zou voor bèta’s erg kostbaar zijn om zoveel data tien jaar lang te bewaren. Hiervoor is geen extra geld beschikbaar gesteld. Onze indruk is dat de RDM-richtlijnen van NWO en UvA/HvA vooral gestoeld zijn op alfaonderzoek. Hierover zijn we nu met NWO en UvA-centraal in gesprek.’

RDM-ondersteuning en diensten

‘We zijn blij met de RDM-ondersteuning en diensten die de Universiteitsbibliotheek biedt, zoals de helpdesk en de mogelijkheden - publiceren, delen, archiveren - die het centrale RDM-opslagsysteem straks biedt. Sommige daarvan kunnen we goed gebruiken, andere niet omdat bètaonderzoek zo specifiek is.’

Templates voor datamanagementplannen

‘De meeste instituten willen voor RDM veel zelf regelen en eigen afspraken maken met bijvoorbeeld de bladen. Ze willen daarbij wel graag gefaciliteerd worden. Dus werken we vanuit centraal  en FNWI-ICT ook aan bètaspecifieke tools om onze wetenschappers zo veel mogelijk werk uit handen te nemen. Zo ontwikkelen we een applicatie waarin templates voor datamanagementplannen zitten. Die zijn makkelijk in te vullen en op te slaan. En we zorgen voor RDM-templates voor bij NWO-onderzoekvoorstellen, en goede koppelingen met andere systemen.’

Vertrekken vanuit de gebruikersbehoefte

‘Het is nu van belang om vooral goed te kijken wat op de (FNWI-)werkvloer functioneel nodig is om aan de RDM-eisen te kunnen voldoen en daar oplossingen bij te zoeken. Je moet echt vertrekken vanuit de gebruikersbehoefte. Voor sommige bèta-instituten is nog niet helemaal duidelijk wanneer je RDM-compliant bent, ofwel aan welke eisen we nu precies moeten voldoen. Aan het scherp krijgen van deze zaken werken de kwartiermakers nog. Sommigen van hen worden straks ook datasteward.’

‘Naast het facultaire dataprotocol heeft het Van ’t Hoff Institute for Molecular Sciences (HIMS) nu ook een eigen dataprotocol, bij de andere instituten zijn deze nog in ontwikkeling. Sommige maken hele strakke eigen protocollen, andere verwijzen vooral naar het facultaire protocol.'

RDM bij FNWI (intranet, UvAnetID vereist)